Bibliografie
     

Boeken / Stromboli

ISBN: 9789048833993
BINDWIJZE: Paperback
OMVANG: 256 P.
PRIJS: €19,99

Ik wil dat het ophoudt. De repeterende gedachtes. Het voelen. Het niet-voelen. Het doven en het oplaaien. Ik ben zo moe. En het gaat niet voorbij. Het wordt niet beter. Mijn moeder zei me dat gek zijn betekent dat je dezelfde hel steeds opnieuw beleeft.

Honderdduizenden lezers genieten wekelijks van de column van het schrijversechtpaar Sara Zomer en Karel van Bohemen, waarin ze ogenschijnlijk openhartig verslag doen van hun gezinsleven. Maar achter de façade van hun bohemienbestaan ettert al jaren een dagelijks leven vol afgunst, wrok en zelfs geweld. Na weer een nachtelijke uitbarsting is het genoeg: Sara besluit Karel te verlaten.

Al snel komt Sara alleen te staan - niemand wil nog iets met haar te maken hebben. Om haar leven weer op de rails te krijgen boekt ze een retraite op het idyllische Italiaanse vulkaaneiland Stromboli. Onder leiding van een wereldvermaarde goeroe geeft ze zich met een bont gezelschap lotgenoten over aan rollenspellen en oefeningen die steeds een stap verder gaan.

Wat een nieuwe start had moeten worden, mondt uit in een afdaling naar regionen van haar verleden die ze het liefst verborgen had gehouden.

We lopen naar buiten. Alles draait.
‘Ik voel me niet zo goed,’ zei ik.
‘Je moet gewoon een beetje frisse lucht,’ zei hij en nu heeft hij mijn hand gepakt.
We gaan zitten naast het water. Een fontein pruttelt lusteloos.
De grond is vochtig.
‘Mijn rok,’ zeg ik.
‘Nou ja, rok,’ lacht hij. ‘Doe je hoofd tussen je knieën. Zo ja.’
Alsof ik in een achtbaan zit. Ik neem lange teugen lucht. De P isang Ambon-jus prikt in mijn neus. Bij de gedachte aan het drankje kokhals ik.
‘Je moet dat gif ook niet drinken.’
‘Ik denk dat ik naar huis wil.’
‘Je kunt toch niet zo thuiskomen?’
Nee, denk ik, dat kan inderdaad niet. Mijn ouders denken dat ik logeer bij Annemarie Goldenwaard. Dat doe ik ook, maar Annemaries ouders zijn een weekendje weg en wij gingen dus uit.
En eindigden op het feestje van ene Nathalie Dekker in Alkmaar.
Ik staar naar het gras tussen mijn voeten. Ik weet niet waar mijn schoenen zijn. Hij zit tegenover me. Vanuit de woonkamer klinken de anderen.
‘Ga anders even liggen.’
Ik doe het. Hij legt een koele hand op mijn voorhoofd. Even zak ik weg in een tunnel die ruikt naar nat gras, tot het zure goed in mijn maag omhoogkomt en ik alles eruit gooi, in de vijver. Hij houdt mijn haar omhoog. Ik vind dat lief van hem. Zijn andere hand is op mijn pulserende buik. Ik hijg uit. Nu zijn er twee handen op mijn heupen.
‘Ik wil toch naar huis.’
‘Je moet eerst opknappen.’
‘Alsjeblieft, breng me naar huis.’ Het komt er krachteloos uit.
Ik probeer op te staan. Zijn handen nemen mijn rok mee naar beneden.
‘Kom nou nog even zitten.’
Ik weet niet waarom ik het doe.
Als ik zit, geeft hij mijn rok niet terug. Plagerig draait hij ermee in de lucht, waarna hij hem over de schutting werpt.
Ik begin te huilen.
‘Jezus. Sorry. Het is maar een geintje. Niet huilen. Ik pak dat ding zo terug. Kom op. Kom hier.’
Hij slaat zijn arm om mijn schouders en trekt mijn hoofd naar zich toe. Ik adem niet. Hij mag mijn kots niet ruiken. Zijn mond vindt mijn wang.
‘Jij bent zo’n lekker klein brutaaltje.’
Zijn gewicht drukt me naar de grond. Hij kan me breken, denk ik.
‘Kijk me eens aan?’ Ik kijk. Zijn ogen zijn half geloken. Hij verzamelt spuug in zijn mond en druppelt het traag op mijn lippen. Onder zijn ogen word ik lelijk. Mijn witte vlees, mager en groezelig.
‘Er zijn mensen,’ zeg ik.
‘Iedereen is dronken,’ zegt hij en zijn hand glijdt in mijn onderbroek. Zijn vingers doen me pijn.
‘Wat een lekker sappig kutje.’
Ik probeer mijn bekken zo ver mogelijk bij zijn hand vandaan te draaien. Hij is zo zwaar. Zijn transpiratie stinkt.
‘Rustig nou maar.’ Zijn tong is in mijn oor. Ik hoor mijn onderbroek scheuren.
Haastig knoopt hij zijn spijkerbroek open. Dit is echt aan het gebeuren.
Ik denk dat ik ‘Hou op’ zeg. Niet hard genoeg, want hij gaat door.
‘Vies wijf,’ zegt hij, ‘wat ben jij een lekker vies wijf.’ In zijn ogen zie ik verachting. Hij zou me kunnen vermoorden. Ik wil iets zeggen, maar hij legt zijn hand op mijn mond.
‘Nu even stil zijn.’
Dan perst hij zich in me en begint driftig te pompen. Ik verdwijn weer in de tunnel. Mijn hoofd beukt tegen de wand. Ik weet dat zijn hand zich om mijn hals klemt, dat ik naar adem snak, dat hij mijn beha omhoogtrekt en in mijn tepels bijt, maar ik blijf in de tunnel, ver bij wat er gebeurt vandaan. Zo kan ik een pop zijn, in zijn handen, onder zijn gewicht. Kan hij me omdraaien, mijn hoofd in de vochtige aarde duwen en zijn pik nog harder in me rammen.
Ik wil niet dood.

Ik word wakker achter de struiken. Het begint al licht te worden. Binnen wordt nog steeds gepraat en gelachen. Ik ben halfnaakt als in zo’n droom waarin je zonder onderbroek op het schoolplein blijkt te lopen. Hij zit onder elke centimeter van mijn huid. Maar ik leef wel, zeg ik tegen mezelf. Ik leef, maar voel me zo ver verwijderd van het leven dat ik net zo goed dood had kunnen zijn.
Onder de douche wil ik mijn lelijke, smerige vel afstropen. Ik ben besmet. De geur van zijn zaad blijft me omringen, hoeveel zeep ik ook gebruik. Het zit in mijn poriën, mijn haarvaten, het werkt zich een weg naar mijn baarmoeder. Ik heb overal pijn. Zijn vingers staan boven mijn sleutelbeen. Dat is dus bewijs. Waar ik niets mee ga doen. Wat ik wel ga doen is de morning-afterpil halen.
Ik kijk uit het raam naar de tuin. De plek naast de vijver. Mijn kots ligt op de rand, daarnaast mijn onderbroek. Aan de schutting hangt mijn rokje.

Ik trek kleren van Nathalie aan. Beneden stap ik de kamer in, waar de laatste gasten op de bank hangen, onder een dikke wietwalm. ‘Zal je d’r hebben,’ zegt een jongen. Iedereen lacht. ‘Ons seksbeest.’ Ik lach ook. ‘Hij is weg hoor. Allang.’

In de tuin pak ik mijn rok en mijn onderbroek en prop ze in mijn tas. Dan haal ik mijn fi ets van het slot. Erop zitten lukt niet. ‘Het is mijn eigen schuld,’ hamert het de hele weg naar huis door mijn hoofd. En daarom kan ik het niet vertellen. Dan weet iedereen wat voor eentje ik ben.

Stromboli is een roman met een krachtige boodschap, afgewisseld met de spanning van een thriller.

Letteratura

Door haar eigen ervaring weet Noort seksueel misbruik heel scherp neer te zetten en hierdoor met dit boek een verpletterende indruk achter te laten. Een roman die als een thriller naar de keel grijpt. Overtuigend en met kracht geschreven.

Boekenbijlage

Direct, pijnlijk, actualiteiten als seksueel misbruik en therapieën, diepgang. Dat zijn de woorden die Stromboli typeren. ****

Freelennse

De loodzware thematiek veraangenaamt Noort enigzins met levensechte dialogen, rake overpeinzingen over menselijke relaties en geestigheden over de therapie-industrie. ***

Het Laatste Nieuws

Stromboli is een toegankelijke, goed geobserveerde en raak getypeerde roman over een heikele kwestie. ***

Het Nieuwsblad

De karakterisering van de personages in ‘Stromboli’ zijn van een hoogstaand niveau.

Hebban

Dit is een boek om in één adem uit te lezen.

Scriptgirl

Noort bewijst met haar eerste echte roman dat spanning ook zonder thrillerelement kan.

Zin Magazine

... rauw, meeslepend en ongelooflijk goed.

By Dagmar Valerie

...zó ontzettend goed geschreven dat ik er alleen maar diepe bewondering voor kan hebben.

Trotse moeders

Het literaire debuut van Saskia Noort leest als een film.

Bol.com Lees Magazine

Een scherpe, satirische, eigentijdse roman, die doet denken aan het beste werk van Renate Dorrestein. 

HP/De Tijd

De Stromboli Playlist

Curated by Saskia Noort

Saskia Noort te gast bij Pauw


Saskia Noort vertelt over haar roman 'Stromboli'


Corine Koole interviewt Saskia Noort op de boekpresentatie van