Nieuws
     

Actueel

Alleen op vakantie (column LINDA)

Jullie lezeressen met partners en kinderen, zonder partner met kinderen, met partner zonder kinderen, jullie fantaseren ongetwijfeld weleens over alleen op vakantie gaan. De vrijheid, de rust, de ontmoetingen met vreemden die vrienden worden, opgaan in de local community, of helemaal eten, bidden, beminnen gaan en eindigen met een knappe, rijke en ook nog eens monogame Braziliaan.

Keep on dreaming, lieverds. Ongetwijfeld bevinden zich onder jullie types die goed zijn in de eenzame vakantie, die het heerlijk vinden om alleen in een tent te slapen, tien boeken lezen op hun balkonnetje, in een mum van tijd vrienden maken en met hen op salsacursus gaan, maar daar ben ik er niet een van. Ik reis vaak, en meestal alleen, en ik vind er, om eerlijk te zijn, weinig aan. Het is nog altijd minder erg en eenzaam als reizen met een partner waarmee je geen liefde en passie meer deelt, maar dat is dan ook een van de weinige voordelen.

Vakantie is delen. De voorpret, de stress, de ervaringen en het bed. Vakantieseks is de beste seks, en samen dwalen door dorpjes, eten op strandjes, in steegjes of op heuvels, het beste voorspel. Voor wie alleen reist is er geen seks, of het moet de schaarse ontmoeting met een oververhitte Italiaan zijn, die je na de daad zo snel mogelijk de kamer uit probeert te werken. Waarna je je nog meer alleen voelt. Het is allang niet meer zielig, en waarschijnlijk zelfs hip, de solovakantie, maar ontspannend is het niet, het alleen aankomen in een vreemde stad, doorgaans ’s avonds, in een taxi stappen bij een zweterige taxichauffeur die je op zeker afzet, zonder iemand om je twijfels bij te toetsen of mee te lachen als je op een verkeerd plein staat, voor het verkeerde hotel en alle restaurants dicht blijken, zonder iemand om deze opeenstapeling van fouten te verwijten, behalve jezelf. De mensen die zeggen dat een solovakantie een prachtige gelegenheid is om jezelf te leren kennen, die hebben wel gelijk. Zo kwam ik erachter dat ik in de verste verte niet zo sociaal ben als ik dacht. Ik wil geen praatjes maken in steenkolenspaans. Ik wil verdwijnen. In het donkerste hoekje duiken en mijn pizza oppeuzelen met mijn telefoon als buffer. Ik ben me continu bewust van mijn alleenheid, de blik van anderen, ach die vrouw, kijk nou, ze is alleen. Ik verslind boeken zonder echt te lezen, fotografeer zonsondergangen zonder ze echt te zien, dwaal langs winkels zonder iets te kopen, lig me op strandbedjes uren af te vragen waar een toilet is, en of ik dan mijn spullen kan achterlaten, of ik wel kan zwemmen en mijn spullen achterlaten, ik dwing mezelf een gin-tonic te drinken aan de bar van de lokale beachclub, waar ik staar naar de groepen vrienden en de verliefde stellen terwijl een oververhitte Italiaan pogingen doet mijn aandacht te vangen. Godzijdank heb ik een eeuwig excuus voor mijn alleenheid. Ik ben niet op vakantie, ik ben aan het werk. Ik schrijf en doe hier research. Ik deel met mijn schrift en mijn pen, en uiteindelijk met jullie. Al mijn eenzame uren, doorgebracht op Ibiza, Stromboli, aan de kusten van Spanje, in Londense koffiebars, nu in Thailand verscholen op mijn balkon, ze zijn niet voor niets geweest. Ik heb miljoenen woorden geschreven, ben mezelf duizenden keren tegen gekomen en ik begin er zowaar een beetje plezier in te krijgen, in het soloreizen. Maar mijn grootste wens is toch dat ik volgende zomer weer eens behoor tot een dolverliefd stel, dat ergens hand in hand op een strand zonder woorden de zonsondergang deelt.

Deze column verscheen eerder in LINDA.