Nieuws
     

Actueel

Borstkanker (column LINDA.)

Ik voelde het ineens, onder de douche, een bult met de grootte van een knikker in mijn rechterborst. ‘Dit is vast niks,’ was mijn eerste gedachte, maar ik bleef eraan voelen en tegelijkertijd denken dat ik er beter niet meer aan kon zitten, want dat zou het alleen maar erger maken, had ik ergens gelezen.

De bult verdween niet vanzelf door het gewoon te negeren en erover te zwijgen, zoals ik hoopte. Ik kon het niet meer afdoen als hysterische aanstellerij, dus ik belde de huisarts en maakte een afspraak. Die nacht lag ik lang wakker. In mijn vriendenkring waren nu vijf vrouwen met borstkanker en nog eens twee net genezen. Een was er zojuist aan overleden. Dat maakte er in totaal acht. Ik kende meer vrouwen met dan zonder. Hoezo zou ik het dan niet hebben? Van de acht waren er drie die in eerste instantie met lulverhalen over overgang, borstontsteking, hormonen, cystes naar huis waren gestuurd, van hen was er nu één dood, mede dankzij een huisarts die haar borstkanker eerst als frozen shoulder afdeed. Werd ik dus morgen met een kluitje het riet in gestuurd, was dat nog geen garantie dat de knobbel geen kanker was.

De invalarts voelde en stuurde me direct door. Niks overgang, hormonen, nee, hij wilde geen enkele uitspraak doen. De volgende ochtend al kon ik naar de mamapoli. Gelukkig maar want ik kon geen hap meer door mijn keel krijgen, en geen pen meer op papier. Mijn oma had borstkanker, mijn tante, mijn hoofd werd alleen nog maar bevolkt door slachtoffers en overlevers en borsten, die ik tot voor kort nog waardeloos klein vond, waren plots mijn meest dierbare bezit.

Bij de mamapoli waren ze fantastisch lief en opgeruimd, hoewel ze niet deden aan op niets gebaseerde geruststellingen. Ja, er zat een flinke, zorgwekkende bult en die gingen ze meteen bekijken. Mijn tiet werd tussen twee platen geperst, een verpleegster duwde wat mee, het deed vreselijke pijn om nog maar te zwijgen over de vernedering gereduceerd tot een soort koe, halfnaakt in de kou, met je zieke tiet in een draaischroef. Daarna nog een echo door een corpsbal van mijn zoons leeftijd en daar al kreeg ik te horen dat de bult toch een cyste was, maar de vlekken erachter hen meer zorgen baarden. Kalkspatjes ofwel kalkophopingen die goed- maar ook kwaadaardig kunnen zijn en omdat te bepalen, was er een naaldbiopt nodig. Ik was alleen, ik wilde niemand van mijn familie of vrienden ongerust maken. Maar nu werd het misschien toch tijd mijn vriendin erbij te betrekken.

Was de mammografie een hel, de naaldbiopt was zo mogelijk nog helser. Ik lag op mijn buik op een bed, mijn borst door een gat en onder mij een arts en een verpleegkundige, alsof ik een auto was, op de brug en wederom werd er gesjord aan mijn tiet, waarbij ikzelf geen millimeter mocht bewegen. Ik kreeg een lokale verdoving en daarna gingen ze met een naald naar de kalkspatten. Daar liggend op dat bed dacht ik weer aan al die vrouwen die dit hadden moeten doormaken, meerdere keren, hun borsten geplet, gerekt, geduwd, eindeloos betast en bekeken en of dit niet anders kon. Desnoods onder narcose, of met een halve liter wietolie in de mik, hoe dan ook met iets meer respect voor de lichamelijke integriteit. Hoe lief en vriendelijk iedereen ook is, het koeiengevoel blijft en dagen nadien heb je zin om je borsten af te schermen van iedereen die er iets van wil.

Na twee weken (!!!) wachten, twee weken waarin ik drie kilo lichter werd en mijn gezicht tien jaar ouder, bleken mijn kalkspatten goedaardig. Ik moest huilen van opluchting, maar ook van medeleven met die duizenden vrouwen die na deze vernederende onderzoeken te horen hadden gekregen dat dit nog maar het begin was van alle ellende. Het is een epidemie, zoals het ook een epidemie is om te roepen eigen schuld, dikke bult had je maar niet zoveel moeten drinken en/of vlees/suiker/gluten moeten eten, laat staan roken, de pil slikken en foute beha’s dragen. Laten we in plaats daarvan gaan strijden voor betere zorg, kortere wachttijden, minder pijnlijke onderzoeken en ingrepen maar vooral voor het protocol iedere knobbel, hoe onschuldig ogend dan ook, voor de zekerheid even langs de mamapoli te laten gaan.

Deze column verscheen eerder in de LINDA.