Nieuws
     

Actueel

Tinder (column LINDA)

Saskia Noort schreef een column over Tinder, het alleen-zijn en mannen boven een bepaalde leeftijd. 

Het moment is daar. Meestal is het een vrijdag einde van de middag, of een katerzondag einde van de zomer, nadat je eindeloos hebt kunnen meegenieten van de romantische vakanties die bekenden en vreemden leken te vieren op Instagram. Het moment waarop je Tinder weer eens op je telefoon zet. Er moet iets gebeuren. Je lichaam, je sexualiteit, al het moois dat je te geven hebt, ligt te verpieteren op de bank. Je bent een vergaarbak van Netflix-series geworden, je staat op het punt wakker te liggen over de escapades van zogenaamde vips op een Temptation Island, je voorziet een oudejaarsavond waarop je wederom wacht tot iedereen is uitgetongd. Tinder. Je haat het, maar je moet. Iedereen doet het. Sommigen met succes. Baat het niet dan schaadt het niet en wat heb je te verliezen. Je moet weer onder de mannen want zo wordt het nooit wat.

En daar zijn ze, de mannen. De oneindige stroom van sneue selfies maakt je nog niet direct gelukkig. Wat denk je zelf? Roep je naar je telefoon waarop gasten zich van hun beroerdste kant laten zien. Moeite doen, de Nederlandse single man van vijftig is er slecht in. Ze houden hun zwarte zonnebril op, hun cargobroek en birkenstockslippers aan, zijn te lui om een leuk tekstje te tikken, of ze denken dat spreuken als Carpe Diem, Het leven is een feest maar je moet zelf de slingers ophangen, Just for Fun, of Levensgenieter pur Sang, de vrouwtjes direct in de virtuele pen doen klimmen. Maar goed, wees niet zo negatief. Stel je open. Je verplicht jezelf er op zijn minst drie te liken en voordat je het weet bevind je je in een chat met een coach die parttime barkeeper is, op een boot woont en net terug is van een festival waar hij drie nachten niet sliep. Supervet. Hij is zevenenveertig en heeft geen kinderen. Alarmbellen zouden af moeten gaan, maar hij is een van de weinigen in je range die nog haar heeft en leuke kleren aan. Een andere match begint ook te chatten. ‘Hoi.’

Wat zeg je daarop? Niets. Hoi is geen opening. Een man die niet verder komt dan hoi, stel je die date eens voor. De ongemakkelijke stiltes. De oersaaie eendimensionale gesprekken. Op Hoi hoef je niet te antwoorden. Je chat door met de barkeeper/coach die al begint over lekker kroelen en samen wakker worden en hoewel je niets liever wil dan armen om je heen en een warm lichaam om naast wakker te worden, vind je dit iets te snel gaan. Hallo???? Schrijft de ander. En ook de derde komt door, met een foto van zijn piemel. Tijd om weer af te sluiten en een huiltje en onder een warme douche de geestelijke armoede van je af te spoelen. Is dit alles? Doe Maar dreunt door je hoofd. Je bent van middelbare leeftijd, de mannen die je naar links swipet ook. Wat mankeert ze? Mankeer jij dat ook? Hoe ben je in dit afvalputje van alleenstaanden beland? Je bent een van een heel leger aan mooie, slimme, leuke, single vrouwen, hoe kan het dat voor jullie dit is wat er rest?

In bed besluit je dat je een heerlijk leven hebt. Vrij en blij. Geen gesnurk aan je kop, geen man die met je door Duitsland wil fietsen, tent achterop. Je bepaalt zelf. Jij hoeft je nieuwe laarzen niet achter in de kast te verstoppen, of in een doos van de Wibra te doen. Je aait je hond, of je kat en valt in slaap.

Wanneer je wakker wordt, heb je tig berichten in de Tinderchat. De Hoi-man is woedend dat je niet antwoordt. De Piemel vindt je een stoephoer die de tering kan krijgen. De barkeepcoach ‘proeft een afstand’ en ‘is het zat om al die moeite te doen’. In een tijdsbestek van acht nachtelijke uren waarin jij bedacht dat het leven alleen zo kut nog niet is, meenden de matches reeds een relatie met je te hebben. ‘Er zullen heus lieve, normale mannen bestaan en op Tinder zijn, maar ik beschik over het talent zelfs online de gekken eruit te vissen,’ app je je vriendin. ‘Join the club,’ antwoordt ze.